Stijging maximumbedrag maaltijdvergoeding per 1 januari 2026
Een werkgever kan beslissen om aan niet-sedentaire werknemers een netto maaltijdvergoeding toe te kennen bij wijze van compensatie van gemaakte maaltijdkosten. Een niet-sedentaire werknemer is een werknemer die zich tijdens de werkdag verplicht moet verplaatsen.
De RSZ verhoogt met ingang van 1 januari 2026 het toelaatbaar maximumbedrag.
Maaltijdvergoeding vanaf 1 januari 2026
De voorbije jaren kon een maximale forfaitaire maaltijdvergoeding van 7 EUR per gewerkte dag worden toegekend aan de medewerkers die als niet-sedentair worden beschouwd.
De RSZ verhoogt met ingang van 2026 het vrijgesteld forfaitair maximumbedrag dat zij hiervoor aanvaardt naar 9 EUR per dag.
De verhoging met een bedrag van 2 EUR loopt gelijk met de verhoging van het werkgeversaandeel in de maaltijdcheque zoals reeds eerder werd aangekondigd. Vanaf 1 januari 2026 stijgt immers eveneens de maximale nominale waarde van maaltijdcheques van 8,00 EUR naar 10,00 EUR, en wordt de maximale tussenkomst van de werkgever verhoogd van 6,91 EUR naar 8,91 EUR (KB van 10 november 2025 – BS van 17 november 2025).
Maaltijdvergoedingen vs. maaltijdcheques
Opgelet, een maaltijdvergoeding kan in principe niet zomaar worden gecumuleerd met een maaltijdcheque voor eenzelfde gewerkte dag.
Standpunt RSZ
De cumulatie van een maaltijdcheque en een maaltijdvergoeding is enkel mogelijk voor zover het duidelijk gaat om verschillende maaltijden voor dezelfde dag. De werkgever die een maaltijdcheque en een maaltijdvergoeding wil toekennen, moet dus duidelijk kunnen bewijzen dat de werknemer in de loop van de dag twee maaltijden heeft genomen.
De cumulatie wordt streng gecontroleerd wanneer de werkgever een forfaitaire maaltijdvergoeding toekent. De RSZ houdt dan rekening met de duur van de werkdag:
Als de werkdag maximaal 8 uren duurt: het werkgeversaandeel van de maaltijdcheque moet worden afgetrokken van de forfaitaire maaltijdvergoeding, zelfs indien de werkgever aantoont dat de werknemer een tweede maaltijd heeft genomen;
Als de werkdag langer dan 8 uren duurt: de werknemer kan genieten van de forfaitaire maaltijdvergoeding en de maaltijdcheque indien de werkgever kan aantonen dat de werknemer een tweede maaltijd heeft genuttigd.
Standpunt fiscus
Aan niet-sedentaire werknemers kan een maaltijdvergoeding worden toegekend op voorwaarde dat de werknemer niet anders kan dan de maaltijd buitenshuis te gebruiken. De werkgever mag volgens de fiscale bepalingen op geen enkele andere manier in de maaltijdkosten van de werknemer tussenkomen. Een maaltijdvergoeding mag dus niet worden gecumuleerd met een maaltijdcheque.
Het is dus aangewezen de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen bij een eventuele cumulatie.
Opgelet voor sectorale wijzigingen!
Vooraleer op ondernemingsvlak over te gaan tot het invoeren en/of optrekken van de nominale waarde van de maaltijdcheques of de maaltijdvergoedingen, wacht u best de onderhandelingen en een akkoord in uw sector af.
Sectoren kunnen immers voor u beslissen tot een verplichte invoering of verhoging van de maaltijdcheques en/of de maaltijdvergoeding.
Zo voorziet bijvoorbeeld het protocolakkoord 2025-2026 voor het PC 140.03 in onderstaande verhoging voor werkgevers die op heden nog geen maaltijdcheques of maaltijdvergoeding toekennen:
· De invoering van maaltijdcheques per gewerkte dag (of volgens de alternatieve berekeningswijze), of
· De toekenning van een maaltijdvergoeding voor elke gewerkte dag van minstens vier uur.
Dit gebeurt volgens de keuze van de werkgever en treedt in werking op 1 juli 2026, met een patronale bijdrage van 2 euro per maaltijdcheque voor arbeiders met minstens zes maanden anciënniteit.
Werkgevers die vóór 1 januari 2025 reeds een maaltijdvergoeding of maaltijdcheques toekenden, moeten de patronale bijdrage eveneens verhogen met 2 euro vanaf 1 juli 2026.
Bronnen:
· RSZ Tussentijdse instructies – 2025/04;