Spilindex overschreden december 2025 en voorlopig geen “centenindex”

Om te vermijden dat de koopkracht te sterk uitgehold zou worden door de inflatie, worden lonen geïndexeerd. In dit kader worden de lonen van ambtenaren en sociale uitkeringen gekoppeld aan de “spilindex”. Er zal een verhoging gebeuren wanneer de gemeten verhoging van de kosten van het levensonderhoud 2% bereikt. Concreet zal er een indexering doorgevoerd worden telkens de zogenaamde “afgevlakte gezondheidsindex” (= het rekenkundig gemiddelde van de gezondheidsindex van de betrokken maand en van de 3 voorafgaande maanden) de spilindex bereikt of overschrijdt.

De spilindex is opnieuw overschreden op heden. De vorige overschrijding dateerde van net geen jaar geleden (januari 2025). Op dit moment verwacht men in 2026 geen nieuwe overschrijding van de spilindex, maar dit kan door een mogelijke stijging van de inflatie in de loop van 2026 alsnog wijzigen.

De eerder in de media aangekondigde “centenindex” ten gevolge van het begrotingsakkoord van de Federale Regering komt er daarentegen nog niet op korte termijn.

Wat is de impact van de overschrijding van de spilindex?

Het overschrijden van de spilindex brengt enkele concrete gevolgen met zich mee. Deze worden hieronder voor u opgesomd.

·         De sociale uitkeringen (o.a. de werkloosheidsuitkeringen, het pensioen, de uitkeringen en bedrijfstoeslagen in het kader van SWT, de door de ziekte- en invaliditeitsverzekering gestorte vergoedingen, de vergoedingen voor tijdskrediet en thematisch verlof, de vergoeding in geval van sluiting van ondernemingen, het leefloon,…) stijgen per 1 maart 2026 met 2%.

Afgelopen zomer heeft de overheid besloten tot de harmonisatie van de indexering van de sociale uitkeringen en de overheidswedden. Concreet betekent dit dat deze geïndexeerd worden in de derde maand na de overschrijding van de spilindex. In het verleden gebeurde dit respectievelijk in de eerste en de tweede maand na de overschrijding.

·         De lonen van de ambtenaren stijgen in maart 2026 met 2%.

·         De lonen in de social profit sector stijgen. De federale publieke zorgsectoren indexeren op 1 januari 2026 of 1 februari 2026 naargelang de (deel)sector.

·         Het nationaal gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI CAO nr. 43) indexeert op 1 januari 2026.  

Deze verhoging van het GGMMI heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de sector- of ondernemingsbarema’s, die nog steeds in acht moeten worden genomen.

De Paritaire Comités kunnen bij CAO bijzondere modaliteiten bepalen voor de inhoud en de berekening van het GGMMI en de koppeling ervan aan de index.

Sectoren met een eigen GGMMI moeten dit vergelijken met het nieuwe nationale GGMMI. Als het sector-GGMMI lager ligt, moet het nationale bedrag worden toegepast.

Elke werkgever zonder sector- of ondernemingsbarema’s moet het verhoogde GGMMI toepassen.

·         Verschillende leervergoedingen worden berekend worden aan de hand van het GGMMI. Een stijging van het GGMMI resulteert dus in een verhoging van deze vergoedingen. Het gaat o.a. om vergoedingen betaald in het kader van een beroepsinlevingsstage, de beroepsinlevingsovereenkomst en de overeenkomst alternerend leren.

·         Vergoeding nachtwerk zal stijgen op basis van cao 46.

·         Het supplement tijdelijke werkloosheid van 5 euro ingevoerd sinds 1 januari 2024 in geval van tijdelijke werkloosheid (met uitzondering van overmacht) is gekoppeld aan de spilindex en zal stijgen.

·         Een aantal loongrenzen die de RSZ hanteert in haar berekeningen zullen met 2% stijgen, bijvoorbeeld de werkbonus en de structurele vermindering.

·         Het flexiloon in de horeca zal stijgen met 2%.

·         De begrenzing van het maandelijks brutoloon dat als basis dient voor de vaststelling van het netto referteloon in het kader van de vergoeding collectief ontslag stijgt eveneens.

Wat met de zogenaamde “centenindex” vanuit het begrotingsakkoord voor 2026?

In het kader van het begrotingsakkoord besliste de federale regering om zowel in 2026 als in 2028 in te grijpen op de indexering van lonen, wedden en sociale uitkeringen.
Er werd aangekondigd dat er voor lonen tot 4.000 EUR bruto en voor uitkeringen tot 2.000 EUR bruto een normale indexering zou gelden en men daarboven zou ingrijpen ten belope van 2%.

Werkgevers die met deze operatie een financieel voordeel boeken, moeten de helft van het voordeel aan de overheid storten. Voor deze nieuwe maatregelen circuleren de termen “centenindex” of “indexsprong light”.

De wetgeving ter uitvoering van deze maatregel zal echter niet meer klaar raken. Er zijn immers ook nog diverse onduidelijkheden.

Concreet zullen bijgevolg de gewone en voorziene loonindexeringen in de privésector in januari 2026 (onder meer dus voor het wegvervoer voor rekening van derden (140.03), internationale handel (PC 226), bedienden in PC 200, maar ook werknemers in horeca, voedingsnijverheid,.. ) op de normale wijze en zonder enige beperking of “centenindex”, berekend worden.

De precieze datum waarop de “centenindex” dan wel zal ingaan, is voorlopig nog niet duidelijk.

Legal Paycover