Sectorakkoord PC 200 voor 2025 -2026
De sociale partners in het aanvullend paritair comité voor bedienden (PC 200) hebben op 18 december 2025 een sectorakkoord bereikt voor de periode 2025-2026.
Hieronder kan u de krachtlijnen van dit akkoord terugvinden. De concrete cao’s ter uitvoering van dit akkoord zullen normaliter weldra ondertekend en neergelegd worden.
Aanpassing eindejaarspremie
Met ingang 1 januari 2026 worden enkele sectorale bepalingen in kader van de toekenning van de eindejaarspremie aangepast.
Men voorziet volgende zaken:
· De gelijkstellingen worden uitgebreid met maximaal 5 dagen in totaal wegens tijdelijke werkloosheid op grond van werkgebrek wegens economische oorzaken of tijdelijke werkloosheid wegens overmacht;
· Een bediende ontslagen door de werkgever in de loop van het jaar - uitgezonderd om een dringende reden - kan het recht op een eindejaarspremie behouden, ook bij tegenopzegging;
· Een bediende die zelf ontslag heeft genomen of van wie de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord werd beëindigd, heeft voortaan recht op een eindejaarspremie (naar rato van zijn prestaties in het lopende werkjaar) op voorwaarde dat de bediende een anciënniteit heeft van minstens 3 jaar in het bedrijf. (Voorheen was een ancienniteit van minstens 5 jaar nodig).
· Met het oog op een meer uniforme berekening van de gelijkstelling ‘60 dagen ziekte of ongeval’ zullen twee interpretatienota's als bijlage in de cao eindejaarspremie opgenomen worden.
Behoud stelsels tijdskrediet
De sectorale stelsels tijdskrediet en landingsbanen zullen integraal worden verlengd voor de periode 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2029.
Onderstaande blijft dus verder mogelijk:
· Halftijds of voltijds tijdskrediet met motief omwille van opleiding en bepaalde zorgtaken;
· Landingsbanen 1/5e of halftijds vanaf 55 jaar op basis van 'lange loopbaan 35 jaar, zwaar beroep, 20 jaar nachtarbeid’ in het kader van de NAR-cao's'.
De sector behoudt voor die periode ook de bijkomende uitkering ten laste van het Sociaal Fonds voor bedienden die een landingsbaan 1/5e starten vanaf 60 jaar of later of een landingsbaan 1/5e starten vanaf 55 jaar of later op basis van ‘lange loopbaan van 35 jaar, zwaar beroep, 20 jaar nachtarbeid’ in het kader van de NAR-cao's nr. 179 en nr. 180.
Uitbreiding klein verlet (rouwverlof)
Vanaf 1 januari 2026 worden 2 extra dagen rouwverlof toegevoegd in geval van overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner of van een kind van de werknemer of echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner.
Dit brengt het totaal op 12 dagen in plaats van voorheen 10 dagen, waarvan 3 dagen door de werknemer te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis en 9 dagen te kiezen door de bediende binnen het jaar na de dag van het overlijden.
Op vraag van de werknemer en met goedkeuring van de werkgever kan men afwijken van de beide perioden waarin deze dagen moeten opgenomen worden.
Ook in het geval van overlijden van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder van de werknemer of van zijn echtgeno(o) t(e) of samenwonende partner worden 2 dagen toegevoegd. Dit brengt het totaal op 5 dagen waarvan 3 dagen door de bediende te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis en 2 dagen door de bediende te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Op vraag van de werknemer en met goedkeuring van de werkgever kan men nog steeds zoals voorheen afwijken van de beide perioden waarin deze dagen moeten opgenomen worden.
Wijzingen op vlak van mobiliteit
Met ingang van 1 oktober 2026 verhoogt de fietsvergoeding tot 0,32 EUR per effectief gefietste kilometer (voorheen: 0,27 EUR) voor bedienden die voor hun woon-werkverplaatsingen regelmatig de fiets gebruiken Dit met een maximum van 12,80 EUR (voorheen: 10,80 EUR) per arbeidsdag. Het maximum stemt overeen met 40 kilometer heen en terug.
Met ingang van 1 januari 2026 verhoogt de verplichte tussenkomst van de werkgever in de kosten van het treinvervoer voor woon-werkverplaatsingen tot 100% van de prijs van de treinkaart (2e klasse). Een derdebetalersregeling met de NMBS (overheid neemt 20% ten laste) wordt aanbevolen. De verhoging van 80% naar 100% wordt wel gekoppeld aan een ongewijzigd overheidsbeleid.
Met ingang van 1 januari 2026 verhoogt de jaarlijkse brutoloongrens voor de tegemoetkoming in het privévervoer. De jaarloongrens wordt voortaan ook gekoppeld aan de index met een aanpassing telkens op 1 januari. De jaarloongrens bedraagt sinds 1 januari 2024 34 654 EUR. De werkgever is niet gehouden een tussenkomst te betalen voor bedienden met een jaarlijkse brutobezoldiging van meer dan de jaarloongrens.
Overige maatregelen
Ook onderstaande zaken kwam aan bod in de sectorale onderhandelingen:
· Een verlenging van de afspraken voor de risicogroepen;
· De opstart van een campagne gericht naar werkgevers en bedienden in de sector rond duurzame re-integratie bij langdurige arbeidsongeschiktheid;
· Het uitwerken van een gemeenschappelijke visie en aanbevelingen op het vlak van artificiële intelligentie en digitale competenties;
· Een verderzetting voor 2025-2026 van de werkgeversbijdrage (0,23%) aan het Sociaal Fonds.
Bron:
· Protocolakkoord van 18 december 2025 gesloten binnen het aanvullend paritair comité voor bedienden (PC 200).