Sociale verkiezingen 2028: de teller loopt vanaf 1 oktober 2026

De sociale verkiezingen van mei 2028 lijken nog veraf, maar de voorbereidingen starten reeds op 1 oktober 2026. Vanaf die datum loopt de referteperiode die bepalend is voor de organisatie van de verkiezingen en de betrokken overlegorganen.

De datum van de verkiezingen is nog niet officieel bevestigd. De verwachting is dat ze in mei 2028 plaatsvinden. De hieronder vermelde periodes gelden dus onder voorbehoud van publicatie van de wet die de datum vastlegt.

Waar gaat het over?

Om de 4 jaar kiezen werknemers hun vertegenwoordigers in twee organen:

  • de ondernemingsraad (OR)

  • het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW)

Beide organen bestaan uit vertegenwoordigers van de werkgever en van de werknemers. De werkgeversvertegenwoordigers worden aangeduid, de werknemersvertegenwoordigers worden verkozen.

Moet jij een orgaan oprichten?                                                                                     

De oprichting van een overlegorgaan hangt af van het gemiddeld aantal werknemers dat gedurende de referteperiode in de onderneming tewerkgesteld worden:


Referteperiode: wie telt wanneer mee?

Voor de werknemers loopt de referteperiode van 1 oktober 2026 tot en met 30 september 2027.

Voor uitzendkrachten geldt een afzonderlijke en kortere referteperiode, namelijk van 1 april 2027 tot en met 30 juni 2027. Tijdens dat tweede kwartaal van 2027 moet je een register van uitzendkrachten bijhouden, aangezien deze gegevens later worden gebruikt voor de berekening van het gemiddelde personeelsbestand.

In principe tellen alle personen mee die met de onderneming verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst of leerovereenkomst. Dat zijn vaak meer werknemers dan men op het eerste gezicht verwacht. Niet alleen voltijdse werknemers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of bepaalde duur worden meegeteld, maar ook deeltijdse werknemers, jobstudenten, flexi-jobbers en leidinggevenden. Daarnaast blijven werknemers die tijdelijk afwezig zijn wegens ziekte, tijdskrediet, ouderschapsverlof of een andere schorsing van de arbeidsovereenkomst eveneens meetellen.

Bepaalde categorieën worden daarentegen niet opgenomen in de telling. Zo tellen zelfstandigen en bestuurders zonder arbeidsovereenkomst niet mee. Ook werknemers die zijn aangeworven met een vervangingsovereenkomst worden buiten beschouwing gelaten, omdat de werknemer die zij vervangen zelf al wordt meegeteld. Op die manier wordt vermeden dat dezelfde functie tweemaal in rekening wordt gebracht. Voor uitzendkrachten die een vaste werknemer vervangen, geldt dezelfde redenering.

Zo bereken je het gemiddelde

Voor de berekening van het gemiddelde personeelsbestand telt niet elke werknemer automatisch als één volledige werknemer mee. Er wordt namelijk rekening gehouden met zowel de duur van de tewerkstelling als de arbeidsregeling.

De telling gebeurt per kalenderdag. Een voltijdse werknemer die gedurende de volledige referteperiode in dienst is, telt voor één werknemer. Iemand die slechts gedurende een deel van die periode werkzaam was, telt slechts mee in verhouding tot zijn of haar effectieve tewerkstellingsduur. Een voltijdse werknemer die bijvoorbeeld zes maanden in dienst was, vertegenwoordigt gemiddeld een halve werknemer.

Daarnaast wordt ook rekening gehouden met het arbeidsregime. Werknemers die minder dan drie vierde van een voltijdse betrekking werken, tellen slechts voor de helft mee. Een halftijdse werknemer die het hele jaar in dienst is, wordt dus als 0,5 werknemer meegeteld. Werknemers die minstens drie vierde werken, zoals werknemers met een 4/5-regeling, tellen daarentegen volledig mee.

 

De berekening gebeurt op basis van de gegevens uit de Dimona-aangiftes. Het is dan ook belangrijk dat alle in- en uitdiensttredingen correct en tijdig worden geregistreerd.

Voor uitzendkrachten gelden bijzondere regels. Zij worden enkel meegeteld voor de periode van 1 april 2027 tot en met 30 juni 2027. Omdat de telling slechts betrekking heeft op één kwartaal, kunnen uitzendkrachten relatief zwaar doorwegen in het uiteindelijke gemiddelde personeelsbestand. Uitzendkrachten die een vaste werknemer vervangen van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst, worden echter niet meegerekend. Bovendien ben je tijdens deze periode verplicht een register van uitzendkrachten bij te houden. Deze gegevens vormen immers de basis voor de latere berekening van het gemiddeld personeelsbestand.

Technische bedrijfseenheid (TBE): wat is jouw “onderneming”?

Voor de sociale verkiezingen wordt niet noodzakelijk per vennootschap gekeken, maar naar de technische bedrijfseenheid (TBE). Een TBE is het geheel dat in de praktijk als één onderneming functioneert. Daardoor kunnen meerdere juridisch afzonderlijke vennootschappen samen als één technische bedrijfseenheid worden beschouwd. Dat is belangrijk, want de tewerkstellingsdrempels voor de sociale verkiezingen worden op dit niveau berekend. Zelfs wanneer elke vennootschap afzonderlijk onder de drempel van 50 of 100 werknemers blijft, kan het totale personeelsbestand van de TBE alsnog aanleiding geven tot de organisatie van sociale verkiezingen.

Om te beoordelen of verschillende vennootschappen samen een technische bedrijfseenheid vormen, wordt gekeken naar zowel de economische als de sociale samenhang tussen die entiteiten.

Van economische samenhang kan sprake zijn wanneer de vennootschappen deel uitmaken van dezelfde groep, door dezelfde personen worden bestuurd of activiteiten uitoefenen die identiek zijn of elkaar aanvullen.

Daarnaast wordt nagegaan of er ook een sociale samenhang bestaat. Daarbij wordt onder meer gekeken of de werknemers op dezelfde site of in hetzelfde gebouw werken, of het personeelsbeleid centraal wordt aangestuurd en of vergelijkbare arbeidsvoorwaarden gelden, zoals een gemeenschappelijk arbeidsreglement, dezelfde loonpolitiek of uniforme verlofregels.

Wanneer zowel de economische als de sociale banden voldoende sterk zijn, worden de betrokken vennootschappen in principe als één technische bedrijfseenheid beschouwd en worden hun werknemers samengeteld voor de berekening van de tewerkstellingsdrempels. Een werkgever kan wel aantonen dat er ondanks de economische banden geen werkelijke sociale samenhang bestaat, maar bij een betwisting is het uiteindelijk de arbeidsrechtbank die hierover beslist.

Wat kan je vandaag al doen?

Hoewel de sociale verkiezingen van 2028 nog niet meteen voor de deur staan, loont het om nu al de nodige voorbereidingen te treffen. Een eerste stap is het in kaart brengen van je personeelsbestand en na te gaan hoe dit naar verwachting zal evolueren tot het einde van de referteperiode op 30 september 2027. Op basis daarvan kan je inschatten of je de wettelijke drempels van 50 of 100 werknemers mogelijk zult bereiken.

Daarnaast is het belangrijk om aandacht te besteden aan de inzet van uitzendkrachten tijdens het tweede kwartaal van 2027. Omdat zij gedurende een afzonderlijke en kortere referteperiode worden meegeteld, kunnen zij een aanzienlijke impact hebben op de berekening van het gemiddelde personeelsbestand.

Verder doe je er goed aan om te onderzoeken of jouw onderneming deel uitmaakt van een technische bedrijfseenheid. Wanneer meerdere vennootschappen een voldoende sterke economische en sociale samenhang vertonen, kunnen hun werknemers immers samen worden geteld voor de toepassing van de sociale verkiezingswetgeving.

Door deze elementen tijdig te analyseren, vermijd je verrassingen en creëer je voldoende ruimte om de verdere organisatie van de sociale verkiezingen correct voor te bereiden.

 

Legal Paycover