Lichte bedrijfsvoertuigen en tachograaf: verplichtingen vanaf 1 juli 2026
De laatste maatregelen van het Mobility Package treden op 1 juli 2026 in werking.
Deze brengen ingrijpende veranderingen met zich mee voor vervoersondernemingen die goederen vervoeren voor rekening van derden en daarbij gebruikmaken van lichte bedrijfsvoertuigen voor internationaal vervoer of cabotageactiviteiten.
De belangrijkste nieuwigheid is immers de verplichting om een tachograaf te installeren in bestelwagens met een maximaal toegelaten massa (MTM) van meer dan 2,5 ton.
1. Internationaal vervoer en cabotage
De regelgeving inzake rij- en rusttijden (en de controle daarop via een tachograaf die geïnstalleerd is in lichte bedrijfsvoertuigen van meer dan 2,5 ton MTM) is uitsluitend van toepassing op internationaal vervoer en cabotageverrichtingen.
Concreet bepaalt Verordening (EG) nr. 561/2006 (artikel 2) vanaf 1 juli 2026 dat zij van toepassing is op: “wegvervoer van goederen in het internationale vervoer of bij cabotage, waarbij de toegestane maximummassa van het voertuig, dat van aanhangwagens of opleggers inbegrepen, meer dan 2,5 ton bedraagt”.
De verplichting om een slimme tachograaf versie 2 (Smart Tacho V2) te installeren en te gebruiken geldt dus uitsluitend voor internationaal vervoer en cabotage.
Wat lege internationale ritten betreft, bestaat er al geruime tijd duidelijkheid. Artikel 4 van de verordening definieert wegvervoer immers als: “iedere verplaatsing die geheel of gedeeltelijk over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen plaatsvindt, in lege of beladen toestand, door een voertuig, bestemd voor het vervoer van personen of goederen”.
Op de vraag vanaf welk moment de tachograaf moet worden geactiveerd, antwoordde de FOD Mobiliteit aan de Unie van Professionele Transporteurs en Logistieke Ondernemers (‘UPTR’) als volgt: “De tachograaf moet verplicht worden geactiveerd zodra een internationale rit aanvangt (eventueel gecombineerd met nationaal vervoer). Hetzelfde geldt voor cabotageverrichtingen.”
Bestuurders van bestelwagens die uitgerust zijn met een tachograaf kunnen deze tijdens ritten die uitsluitend op Belgisch grondgebied plaatsvinden in de stand “OUT” of “out of scope” zetten.
Bestelwagens die uitsluitend voor nationaal vervoer worden ingezet, hoeven bijgevolg niet met een tachograaf uitgerust te zijn.
2. Eigen vervoer versus vervoer voor rekening van derden
In tegenstelling tot de overige regelgeving inzake rij- en rusttijden, die in principe op dezelfde manier van toepassing is op alle voertuigen met een MTM van meer dan 3,5 ton, wordt hier een belangrijk onderscheid gemaakt tussen eigen vervoer en vervoer voor rekening van derden.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 561/2006 bepaalt namelijk dat de verordening niet van toepassing is op: “voertuigen met een toegestane maximummassa, dat van aanhangwagens of opleggers inbegrepen, van meer dan 2,5 ton maar niet meer dan 3,5 ton, die worden gebruikt voor het vervoer van goederen, indien het vervoer niet wordt verzorgd voor rekening van derden, maar voor rekening van de onderneming of de bestuurder, en het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit is van de persoon die het voertuig bestuurt”.
Deze uitzondering geldt dus niet voor ondernemingen die vervoer verrichten voor rekening van derden.
3. Boetecatalogus
Op 22 januari 2025 werd de aangepaste versie van de Belgische boetecatalogus gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
In België wordt het gebruik van een voertuig dat niet uitgerust is met een tachograaf die voldoet aan de wettelijke voorschriften bestraft met een boete van 1.320 euro.
4. Permanente vorming ‘Code 95’
Bestuurders van voertuigen met een MTM tussen 2,5 ton en 3,5 ton hoeven NIET te beschikken over de Code 95 op hun rijbewijs. De verplichtingen inzake het vakbekwaamheidsattest en de permanente vorming gelden uitsluitend voor bestuurders van voertuigen met een MTM van meer dan 3,5 ton, behoudens de specifieke uitzonderingen die voorzien zijn voor emissievrije voertuigen waarvoor een hogere massa wordt toegelaten.
5. Bestuurderskaart en ondernemingskaart
Een ander essentieel element is de bestuurderskaart. Iedere bestuurder van een voertuig waarvoor het gebruik van een tachograaf verplicht is, moet beschikken over een persoonlijke bestuurderskaart.
Deze kaart is onmisbaar voor de werking van de tachograaf, aangezien zij de registratie en controle van de rij- en rusttijden mogelijk maakt.
Het ontbreken van een bestuurderskaart in een voertuig dat onder Verordening (EG) nr. 561/2006 valt, kan leiden tot zware sancties, zowel voor de bestuurder als voor de vervoersonderneming.
De online aanvraagformulieren voor een bestuurderskaart moeten zorgvuldig worden ingevuld en tijdig worden ingediend via Digitach België.
Hetzelfde geldt voor de ondernemingskaart, die nodig is om de gegevens van de tachograaf te downloaden, te bewaren en te controleren.
UPTR-BROCHURE
UPTR heeft haar brochure over de rij- en rusttijden en het gebruik van de tachograaf geactualiseerd.
In 32 pagina’s biedt deze publicatie een overzichtelijke samenvatting van de volledige regelgeving. De brochure geldt inmiddels al enkele jaren als een belangrijke referentie binnen de transport- en logistieke sector.
De brochure is ‘HIER’ gratis online beschikbaar via de website van UPTR.