Individuele beroepsopleiding (IBO) in Vlaanderen anno 2026
De individuele beroepsopleiding (IBO) in Vlaanderen kreeg met ingang van 2026 een grondige hervorming. De geactualiseerde bepalingen gelden enkel voor de nieuwe IBO’s die werden opgestart in 2026.
De belangrijkste wijziging betreft het feit dat de VDAB niet langer instaat voor de betaling van de IBO-premie aan de werknemer, maar dit voortaan verloopt via de payroll van de werkgever.
Het stelsel IBO
Een IBO is een opleidingsstelsel waarbij een werkgever een werkzoekende zelf kan opleiden via tussenkomst en bemiddeling van de VDAB. Na de opleiding geldt er een aanwervingsverplichting. De IBO-cursist krijgt dan een contract aangeboden van bepaalde of onbepaalde duur.
Naast de IBO kent Vlaanderen ook de individuele beroepsopleiding voor kwetsbare werkzoekenden (IBO-plus). Aan dit stelsel werd niets gewijzigd en dit verloopt nog integraal via de VDAB.
De IBO wordt vastgelegd in een opleidingscontract dat ondertekend wordt door de drie partijen: de cursist, het bedrijf en de VDAB. Bij deze overeenkomst hoort een opleidingsplan dat duidelijk aangeeft welke competenties tijdens de IBO zullen worden ontwikkeld, en hoe de verdere begeleiding door het bedrijf en de VDAB/gemandateerde partnerorganisatie zal gebeuren.
De verloning in kader van een IBO
De IBO-premie
Tijdens de opleiding krijgt de cursist, bovenop zijn eventuele uitkering, een IBO-premie van de werkgever die aansluit op het startloon dat een kandidaat ontvangt na aanwerving.
Op heden moet de werkgever rechtstreeks deze IBO-premie betalen aan de IBO-cursist. Voorheen verliep de betaling van deze forfaitaire vergoeding via de VDAB, die alles regelde op vlak van verloning. De werkgever krijgt voortaan dus geen factuur meer van de VDAB.
Deze premie wordt berekend op basis van een rekensleutel, waarbij men rekening houdt met het loon na aanwerving en het statuut als werkzoekende. Het idee is dat de premie dichter zou aansluiten bij de realiteit. Het gaat om volgende formule: ((Brutoloon na aanwerving - RSZ) - vervangingsinkomen) x percentage.
Als werkgever kiest u zelf of u de door de VDAB voorgestelde premie voor 100% betaalt of voor 70%, 80% of 90%. Dat percentage wordt samen met de VDAB vastgelegd voor de start. Het concrete te betalen bedrag wordt nog steeds berekend door VDAB en opgenomen in het IBO-contract en blijft ongewijzigd tijdens de IBO.
Het contractueel voorziene bedrag van de premie betreft steeds de voltijdse premie. Het meegegeven bedrag zal nog moeten herleid worden op basis van de werkelijke prestaties. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn bij een deeltijdse tewerkstelling, maar ook in geval van afwezigheden die niet gelijkgesteld worden met effectieve prestaties.
Welke dagen geven recht op de IBO-premie?
Het betreft volgende zaken:
· De dagen waarop effectieve prestaties geleverd worden;
· Wettelijke feestdagen die binnen de IBO-periode vallen;
· De eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid omwille van een arbeidsongeval of indien het einde van de IBO tijdens deze 30 dagen valt, tot het einde van de IBO.
Alle andere dagen zorgen ervoor dat er geen voltijdse IBO-premie zal toegekend worden.
Behandeling van de premie
Op de IBO- premie zijn geen RSZ bijdragen verschuldigd.
Er moet wel bedrijfsvoorheffing worden ingehouden. De bedrijfsvoorheffing op de IBO-premie is vastgesteld op 11,11%.
Betaling van de premie
De IBO premie dient door de werkgever betaald te worden aan de IBO-cursist uiterlijk op de 7de dag van de maand die volgt op de prestatiemaand. Deze betaling gebeurt maandelijks via een bankoverschrijving
De IBO-cursist ontvangt een loonbrief, individuele rekening en fiscale fiche van de werkgever.
Overige verplichtingen
Als werkgever sta je naast de betaling van de IBO-premie ook in voor de betaling van de verplaatsingsvergoeding. Deze wordt berekend conform de geldende sectorale bepalingen, net als voor de overige werknemers.
Via de VDAB kan de cursist desgevallend ook nog een tussenkomst in de kosten van de kinderopvang verkrijgen.
De werkgever verzekert de cursist tegen arbeidsongevallen en brengt een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid in orde.
Eveneens staat de werkgever in voor de eventuele risicoanalyse, medisch onderzoek en Dimona-aangifte (IVT - Individuele theorie- en praktijkopleiding) vóór de start van de IBO.
Voor de start van de IBO wordt aan de IBO-cursist ook de een exemplaar van het arbeidsreglement overhandigd.
Einde van een IBO
Normaliter geldt een aanwervingsverplichting na succesvolle afronding van het IBO traject.
Een IBO kan sinds 2026 voortijdig stopgezet worden, maar dit gebeurt niet zomaar. Eerst vindt er steeds een gesprek en bemiddeling plaats, waarbij een soort “pauzeknop” van drie dagen wordt ingelast. Tijdens deze periode krijgen beide partijen de kans om eventuele problemen te bespreken, misverstanden recht te zetten en waar mogelijk bij te sturen. Op die manier wil men voorkomen dat werkzoekenden onnodig afhaken.
Blijkt uiteindelijk dat de IBO toch niet geschikt is, dan kan deze binnen de eerste 14 kalenderdagen na de start stopgezet worden zonder verdere gevolgen, op voorwaarde dat de VDAB hiermee akkoord gaat. Ook in die fase kan de VDAB nog proberen om de situatie te verbeteren.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de cursist een verkeerd beeld had van de functie, of wanneer er geen goede match blijkt te zijn tussen de werkgever en de cursist.
Bijkomende vragen?
Voor vragen omtrent het eventuele aanwerven van een IBO’er, dient contact te worden genomen met de VDAB. U kan steeds hier terecht: https://www.vdab.be/ibo
Indien er een IBO’er bij u opstart, is het aangewezen steeds uw dossierbeheerder hieromtrent te contacteren.