Vlaams Opleidingsverlof - Schooljaar 2026 – 2027 | Enkele belangrijke wijzigingen
Intussen is het nieuwe schooljaar 2026 – 2027 uit de startblokken geschoten. Heel wat werknemers kiezen opnieuw voor een combinatie van de werkvloer en de schoolbanken en vragen in dit kader Vlaams Opleidingsverlof (VOV) aan.
De Vlaamse regering heeft vanaf dit schooljaar enkele grondige hervormingen doorgevoerd.
De hervorming verruimt enerzijds de toegang tot Vlaams Opleidingsverlof voor een grotere groep werknemers, maar maakt tegelijk de voorwaarden voor de opleidingen zelf een stuk strenger. In deze nieuwsbrief kan u een overzicht terugvinden van de belangrijkste bepalingen van het Vlaams Opleidingsverlof en de meest recente wijzigingen. Het betreft onder meer de aanpassing van de erkende opleidingen, het verankeren van het gemeenschappelijk initiatiefrecht en het verhogen van het werkgeversforfait.
Belangrijke wijziging is dat opleidingen die noodzakelijk zijn om het werk uit te voeren waarvoor de werknemer werd aangeworven en die ten laste zijn van de werkgever op basis van een wettelijke bepalingen of een cao niet langer in aanmerking komen voor de opname van VOV. Denk hierbij aan de opleiding voor het behalen van een rijbewijs voor een beroepschauffeur in de transportsector.
De gewijzigde maatregelen gelden vanaf 1 september 2026.
Vlaams opleidingsverlof
Sinds 1 september 2019 is het Vlaams Opleidingsverlof (VOV) in werking getreden. Het laat de werknemer toe om met behoud van loon afwezig te zijn op het werk om bepaalde erkende opleidingen te volgen, te studeren of een examen af te leggen. Het verving het systeem van educatief verlof voor werknemers die worden tewerkgesteld in een onderneming die gelegen is in het Vlaams Gewest.
Wie komt in aanmerking?
Enkel werknemers tewerkgesteld in een onderneming gelegen in het Vlaams Gewest kunnen Vlaams opleidingsverlof aanvragen.
Werknemers die minstens halftijds tewerkgesteld worden, kunnen aanspraak maken op het opleidingsverlof. Ook werknemers die uitsluitend in het weekend werken, kunnen voortaan gebruikmaken van het Vlaams Opleidingsverlof.
Om na te gaan of de werknemer halftijds werkt, neemt men als referentie het tewerkstellingspercentage van de maand maart. Indien de werknemer in de maand maart minder dan een halftijdse betrekking heeft, dan kijkt men naar het tewerkstellingspercentage op het ogenblik dat de opleiding start.
Indien de werknemer exact 50% werkt (en enkel en alleen in dat geval) geldt de bijkomende voorwaarde dat minstens een gedeelte van het uurrooster dient samen te vallen met de lesuren of examens om recht te hebben op het VOV.
Tijdens het schooljaar 2025-2026 moest een werknemer minstens 80% tewerkgesteld zijn en minstens gemiddeld 28 uur per week werken om recht te hebben op Vlaams opleidingsverlof. Deze verhoging van 50% naar 80% is nu weer afgeschaft.
Welke opleidingen?
Enkel erkende opleidingen
Het VOV is enkel mogelijk voor erkende opleidingen. Of een opleiding erkend is, kan worden nagegaan op het digitale platform opleidingsincentives. Opleidingsverstrekkers moeten hun opleidingen elektronisch registreren in de opleidingsdatabank van de Vlaamse overheid.
Eén van de voorwaarden om een erkenning te verkrijgen is dat de opleiding minstens 32 uren omvat. Het is sinds schooljaar 2025 – 2026 niet meer mogelijk om modules uit opleidingen van verschillende opleidingsverstrekkers te combineren om aan minstens 32 uren te komen.
De Vlaamse regering wil met ingang van schooljaar 2026 – 2027 de erkende opleidingen sterker richten op wat de arbeidsmarkt nodig heeft. De opleidingen moeten kunnen bijdragen aan de productiviteitsverhoging, de competentieversterking van werknemers en het wegwerken van knelpunten op de arbeidsmarkt.
Voortaan zullen enkel nog volgende vormingen in aanmerking komen voor het VOV:
Opleidingen gericht op basiscompetenties (basisgeletterdheid, rekenvaardigheid, digitale basisvaardigheid, mediawijsheid, Nederlands voor anderstaligen)
Opleidingen gericht op het aanleren van technologische, technische, exacte wetenschappelijke of wiskundige kennis en de toepassing ervan in beroepen. Concreet betreft dit de STEM opleidingen erkend door de VDAB
Taalopleidingen Nederlands, Frans, Duits of Engels die leiden tot de verwerving van ten hoogste niveau B1
Opleidingen die toegang geven tot een knelpuntberoep uit de knelpuntberoepenlijst van de VDAB
Opleidingen die inspelen op een toekomstig sectoraal tekort aan competenties aangetoond door een competentieprognose
Mentoropleidingen
Opleidingen met betrekking tot het sociaal overleg, arbeids- en sociaalrecht zodat men met kennis van zaken kan deelnemen aan sociaal overleg op ondernemingsniveau
Opleidingen gericht op de aanpak van klimaat- en energietransitie of digitale transitie (nieuwe categorie!)
Opleidingen die leiden tot een eerste diploma secundair onderwijs. De erkenning van de opleidingen die leiden tot alle diploma’s van een hoger kwalificatieniveau dan hetgeen de werknemer al bezit worden afgeschaft. Dit behoudens indien deze opleiding van een hoger kwalificatieniveau tot één van de andere toegelaten categorieën behoort of dat het een loopbaangerichte opleiding is.
Uitsluitingen
De opleidingen om algemene arbeidsmarktcompetenties aan te leren komen niet langer in aanmerking.
Een aantal opleidingen worden bovendien expliciet uitgesloten:
De opleidingen die noodzakelijk zijn om het werk uit te voeren waarvoor de werknemer werd aangeworven en die ten laste zijn van de werkgever op basis van een wettelijke bepaling of een CAO.
Noodzakelijke opleidingen ten gevolge van louter interne organisatorische of technologische wijzigingen en die dienen om je werknemers hiermee te leren werken in hun huidige functie. Uitzondering hierop is de opleidingen om de pas aangeworven werknemers op te leiden als deze nog niet over de nodige competenties beschikt. U kan nog tot 6 maanden na de aanwerving gebruik maken van VOV voor deze nieuwe werknemers.
Zo zal het bijvoorbeeld in de transportsector niet mogelijk zijn om VOV op te nemen voor alle beroeps gerelateerde en sectoraal verplichte opleidingen, zoals het behalen van het rijbewijs.
Een overgangsmaatregel is voorzien voor werknemers die een meerjarige opleiding begonnen die niet langer erkend is. Ze zullen deze kunnen beëindigen.
Een werknemer kan dezelfde opleiding of hetzelfde opleidingsjaar in principe ook nog maar één keer met Vlaams Opleidingsverlof volgen. Een tweede keer is alleen mogelijk bij overmacht.
Nieuw: gunstig preadvies nodig voor bedrijfsinterne opleidingen
Als u binnen de onderneming opleidingen organiseert voor werknemers, komen deze slechts in aanmerking voor het VOV op voorwaarde dat u hiervoor een positief preadvies ontving van de Vlaamse overheid.
Een bedrijfsinterne opleiding wordt gedefinieerd aan de hand van volgende drie criteria:
ü De opleiding is alleen opengesteld voor werknemers met een bepaald functieprofiel binnen dezelfde onderneming of organisatie
ü De opleiding is uitsluitend gericht op de huidige functie van de werknemer binnen de onderneming of de organisatie en niet op een functie die onder invloed van een grondig wijzigende omgeving sterk aan het veranderen is
ü De opleiding wordt gegeven door een instructeur, opleider of een begeleider die als werknemer of gelijkgestelde onder het werkgeversgezag staat van dezelfde werkgever als de werknemer die de opleiding volgt, of van de gebruiker, als de werknemer die de opleiding volgt, een uitzendkracht is.
Indien uw opleiding beantwoordt aan één van deze criteria wordt ze beschouwd als een bedrijfsinterne opleiding en kan een preadvies worden gevraagd aan departement WEWIS van de Vlaamse overheid.
Dit kan op elk ogenblik worden gevraagd, zelfs nog op het ogenblik van de terugbetalingsaanvraag. Het is echter wel aangewezen om dit voorafgaand te doen. De werkgever moet dit preadvies aanvragen via dit formulier: OVApre-advies.
Na controle van de Vlaamse sociale inspectie kunnen de reeds toegekende vergoedingen teruggevorderd worden indien deze onterecht blijken toegekend te zijn.
Het aantal uren Vlaams opleidingsverlof
Persoonlijk maximum per schooljaar
Het Vlaams opleidingsverlof kan voor maximaal 125 uur per jaar worden toegekend aan een werknemer. Teneinde het maximale recht te bepalen, wordt het tewerkstellingspercentage van maart vermenigvuldigd met 125. Er geldt een speciale berekeningswijze indien in maart het tewerkstellingspercentage minder bedraagt dan 50%.
Gemeenschappelijk initiatiefrecht
Het gemeenschappelijk initiatiefrecht wordt vanaf het schooljaar 2026‑2027 definitief ingevoerd en blijft dus structureel van toepassing.
De werknemer kan 125 uur VOV per jaar opnemen. Op voorstel van de onderneming kan daar nog 125 uur erkende opleiding bijkomen, zonder verplichting voor noch de onderneming noch de werknemer. Zo loopt het maximum op tot 250 uur per jaar.
Bij aanvraag tot terugbetaling moet steeds worden aangegeven op wiens initiatief het VOV werd aangevraagd.
Concreet aantal uren VOV
Voor opleidingen gebaseerd op de lesuren, is het aantal uren VOV gelijk aan het aantal aanwezige lesuren. Het is verplicht om deel te nemen aan de eindbeoordeling. Voor opleidingen gebaseerd op studiepunten uit het Vlaams hoger onderwijs krijgt men 4 uren VOV per afgelegd studiepunt. Ook hier is de deelname aan de eindbeoordeling verplicht. Voor opleidingen gebaseerd op lestijden bij de centra voor volwassenenonderwijs is er recht op 1 uur VOV per ingeschreven lestijd. Deelname aan de eindbeoordeling is verplicht. Mogelijks gelden beperkende voorwaarden.
Voor het afleggen van examens bij de examencommissie, is er 8 uur VOV. Voor de examens voor erkenning van verworven competenties (de ervaringsbewijzen) is er per traject recht op 16 uur VOV.
Voor alle opleidingen wordt het aantal uren VOV beperkt tot het persoonlijke maximum.
Er is een handige simulator ter beschikking.
Nieuws sinds dit schooljaar: voor deeltijdse werknemers wordt het maximumaantal uren VOV pro rata toegekend, in verhouding tot hun contractuele arbeidsduur. Indien de werknemer uitsluitend in het weekend werkt, kan deze enkel VOV opnemen tijdens geplande werkdagen.
Kan het Vlaams opleidingsverlof geweigerd worden?
Enkel ondernemingen die een collectieve planning hebben, kunnen opleidingen die georganiseerd worden per schooljaar weigeren indien de werknemer het inschrijvingsattest pas na 31 oktober heeft bezorgd. Daarnaast moet de werkgever ten laatste drie maanden na de start van de opleiding van de werknemer een terugbetalingsaanvraag indienen, bijgevolg kan de werkgever de aanvraag van de werknemer ook weigeren als hij de aanvraag doet minder dan twee weken voor die deadline.
In alle andere gevallen kan het VOV niet geweigerd worden indien de werknemer aan alle voorwaarden voldoet en het tijdig aanvraagt. De opname en planning van het VOV gebeuren in onderling overleg tussen werkgever en werknemer.
Ontslagbescherming
De werknemer is beschermd tegen ontslag, behalve om redenen vreemd aan de opname van het Vlaams opleidingsverlof. De bescherming vangt aan op het ogenblik dat de werknemer de officiële aanvraag heeft gedaan bij de werkgever en duurt tot het einde van de opleiding.
Administratieve procedure
De procedure verloopt digitaal. Dit is een groot verschil met de vroegere procedure voor de terugbetalingsaanvragen voor educatief verlof.
Voor de opleidingsverstrekker
De opleidingsverstrekker dient de opleiding in de opleidingsdatabank te laten registreren. Daarnaast dient de opleidingsverstrekker de nauwgezetheid (de aanwezigheid van de cursist), de deelname aan het examen, de studiepunten en de datum van het afleveren van het certificaat te registreren.
Voorheen moest de opleidingsverstrekker bepaalde opleidingen steeds ten minste drie maanden voor de start van de opleiding ter registratie aanmelden. Die verplichting gold ook bij elke wijziging van het programma van een goedgekeurde geregistreerde opleiding. Deze verplichting zal echter niet langer meer gelden. Als een opleiding in de opleidingsdatabank geregistreerd is bij de start van de opleiding van de werknemer, is dat voldoende.
Na een evaluatie kan een opleiding ook uit de opleidingsdatabank verwijderd worden. De opleidingsverstrekker moet daartoe de werknemers die al ingeschreven zijn, maar nog niet gestart zijn met de opleiding, op de hoogte brengen. De werknemer informeert daarna integraal diens werkgever hierover.
Opleidingsverstrekkers die hun administratie herhaaldelijk niet naleven, riskeren schorsing.
Voor de werknemer
De werknemer dient te melden aan de opleidingsverstrekker dat hij van het systeem gebruik wenst te maken. De opleidingsverstrekker dient de nodige stappen te doorlopen om het dossier in orde te brengen en dient de aanwezigheden digitaal door te geven.
De werknemer dient vóór 31 oktober aan de werkgever het inschrijvingsattest te bezorgen. Bij verandering van werkgever of voor niet per schooljaar georganiseerde opleidingen dient dit binnen de 15 dagen na de verandering van werkgever te gebeuren of binnen de 15 dagen na de inschrijving.
Het VOV mag ingepland worden vanaf één dag voor de start van de opleiding tot 2 dagen na het einde van de opleiding of het laatste examen (einddatum zoals vermeld op het inschrijvingsattest). De werknemer dient bij de planning rekening te houden met de algemene werkplanning.
Bij gebrek aan nauwgezetheid (dit is de aanwezigheid in de opleiding) kan de werknemer gesanctioneerd worden. De werknemer dient zelf zijn werkgever op de hoogte te brengen. Bij gebrek aan nauwgezetheid kan de werkgever het ten onrechte uitgekeerd loon terugvorderen en wordt 25% afgetrokken van het eerstvolgende recht op VOV.
Aanwezigheid wordt vanaf schooljaar 2026 – 2027 nog belangrijker. Voor opleidingen die regelmatige aanwezigheid vereisen, heeft een werknemer het recht om op het werk afwezig te zijn gedurende het aantal uren van de werkelijke aanwezigheid in de opleiding.
Dit is nieuw voor de opleidingen uit het volwassenenonderwijs, EVC (Erkennen van verworven competenties) en examencommissie.
Voor examens bij de examencommissie secundair en basisonderwijs stijgt het Vlaams Opleidingsverlof van 8 naar 16 uur.
Voor opleidingen zonder verplichte aanwezigheid blijft de bestaande regeling behouden: elk studiepunt geeft recht op 4 uur Vlaams Opleidingsverlof, op voorwaarde dat de werknemer deelneemt aan de eindbeoordeling.
Voor blended leren blijft de regel ongewijzigd: recht op afwezigheid tijdens de voorziene opleidingstijd.
Voor de werkgever – Indieningstermijn terugbetaling
De werkgever kan voor zijn werknemers die betaald educatief verlof/Vlaams opleidingsverlof genieten een terugbetaling aanvragen. Meer bepaald voor de lonen die hij bij opname van educatief verlof betaalde en de sociale bijdragen die daaruit voortvloeien.
De werknemer ontvangt binnen de 8 dagen vanaf de inschrijving van de opleidingsverstrekker een inschrijvingsattest. Hij dient dit attest over te maken aan zijn werkgever.
De werkgever dient een aanvraag tot terugbetaling in door de opleiding van de werknemer aan te melden in het digitale platform Vlaamse opleidingsincentives (via het WSE-loket van het Departement Werk en Sociale Economie).
Dit steeds ten vroegste 3 maanden vóór en ten laatste 3 maanden na de start van de opleiding.
Als de werknemer verandert van werkgever, dient de nieuwe werkgever de aanvraag tot terugbetaling in binnen drie maanden na de dag van de indiensttreding.
Op vraag van het departement Vlaams Opleidingsverlof moet de werkgever bijkomende inlichtingen bezorgen. Bij het niet bezorgen van deze bijkomende informatie binnen de 30 dagen na ontvangst van het verzoek, vervalt uw aanvraag tot terugbetaling! Het is dus steeds belangrijk om het nodige gevolg te geven aan dergelijk verzoek.
Als de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, brengt het departement de werkgever en de werknemer daarvan op de hoogte. Als de aanvraag niet zou voldoen aan de vooropgestelde voorwaarden, brengt het departement eveneens zowel werkgever als werknemer daarvan op gemotiveerde wijze op de hoogte.
Voorwaarden tot terugbetaling
De werknemer ontvangt zijn normaal loon, begrensd tot een bepaald bedrag.
Sinds het schooljaar 2023-2024 werd voor het eerst voorzien in een automatische jaarlijkse indexering van de loongrens voor werknemers die betaald educatief verlof/Vlaams opleidingsverlof opnemen. De indexering gebeurt op 1 september.
Vanaf 1 september 2026 bedraagt het loonplafond voor het schooljaar 2025-2026 : 3.864 EUR. Tot 31 augustus 2026 bedroeg het loonplafond nog 3.714 EUR.
De werkgever krijgt een forfaitaire terugbetaling van € 24,50 voor het loon en sociale bijdragen in kader van het Vlaams opleidingsverlof. Vorig schooljaar werd het forfait nog verlaagd naar slechts 14,91 EUR, maar dit werd dus nu opnieuw verhoogd.
De terugbetaling kan enkel plaatsvinden als:
· de opleiding erkend en geregistreerd is in de databank;
· de uren Vlaams opleidingsverlof in de DmfA correct werden geregistreerd;
· de werknemer zijn maximum aantal uren niet heeft overschreden;
· de werknemer de opleiding nauwgezet heeft gevolgd.
Voor de terugbetaling van de uren Vlaams opleidingsverlof die opgenomen zijn door een werknemer die exact halftijds met een vast uurrooster werkt, geldt als bijkomende voorwaarde dat de uren Vlaams opleidingsverlof minstens deels samenvallen met de arbeidsuren van de werknemer.
Voor opleidingen met werkplekleren bij een andere werkgever, geldt als bijkomende voorwaarde dat noch de werknemer, noch de eigen werkgever worden vergoed voor de gepresteerde arbeid.
Voor opleidingen waarbij de eigen werkgever ook de opleidingsverstrekker is, geldt als bijkomende voorwaarde dat de werknemer dankzij de opleiding in staat is een andere dan de huidige functie of een onder invloed van een grondig wijzigende omgeving sterk veranderende functie, uit te oefenen.
De terugbetaalde uren zijn steeds beperkt tot het maximaal aantal uren Vlaams opleidingsverlof van de werknemer voor dat opleidingsjaar. De terugbetaling aan de werkgever gebeurt enkel als de werknemer er uitdrukkelijk mee akkoord gaat om de opleiding te volgen onder het stelsel van het Vlaams opleidingsverlof.
Na de berekening bezorgt het departement Vlaams Opleidingsverlof de werkgever steeds de elementen waarop de berekening gebaseerd is en, in geval van terugbetaling, het tijdstip van de betaling. Zodoende de werkgevers duidelijk geïnformeerd worden.
Aandachtspunten
De aanmelding dient steeds te gebeuren binnen de 3 maanden na aanvang van de opleiding.
De werkgever moet per kwartaal het aantal uren Vlaams opleidingsverlof registreren in de DmfA. Registreer de opgenomen uren opleidingsverlof steeds correct in de DmfA. De uren VOV dienen tijdens de opleiding te worden opgenomen. Voor deeltijdse medewerkers met een vast uurrooster dienen de opleidingsuren bovendien samen te vallen met de arbeidsuren van de werknemer volgens zijn dienstrooster. Besteed desgevallend de nodige aandacht aan het uurrooster dat ‘achter’ de loonverwerking schuilt.
Let erop dat uw werknemer niet meer uren VOV opneemt dan diegene waar hij recht op heeft.
Wat kan Paycover voor u doen?
Indien u ons het inschrijvingsattest onmiddellijk na ontvangst over maakt, kunnen wij de aanvraag tot terugbetaling voor u indienen.
Indien u nog meer info zou nodig hebben kan u steeds op de website van de Vlaamse Overheid terecht via: https://www.vlaanderen.be/werken/opleiding-op-de-werkplek/als-werknemer-een-opleiding-volgen/vlaams-opleidingsverlof of kan u ook steeds terecht bij de dienst Vlaams opleidingsverlof via vlaamsopleidingsverlof@vlaanderen.be.
Bron:
· Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2026 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 – toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers – van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, Decreet van 8 mei 2026 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, wat betreft het Vlaams opleidingsverlof, bl. 29393.