De mobiliteitsvergoeding

Een medewerker die beschikt over een bedrijfswagen die hij ook voor privé verplaatsingen mag gebruiken, kan deze inleveren en hiervoor van zijn werkgever een mobiliteitsvergoeding ontvangen. Deze regeling heeft tot doel om werkgevers en werknemers aan te zetten minder gebruik te maken van de bedrijfswagen en te kiezen voor andere, duurzamere alternatieven.

Wanneer kan de mobiliteitsvergoeding worden toegekend?

De invoering van een mobiliteitsvergoeding behoort tot de uitsluitende beslissingsbevoegdheid van de werkgever. Eventuele voorwaarden die de werkgever hieraan wil verbinden, dienen bij de invoering van de mobiliteitsvergoeding ter kennis worden gebracht van alle werknemers.

De werkgever kan dergelijke mobiliteitsvergoeding enkel invoeren indien hij reeds gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van de mobiliteitsvergoeding, één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking heeft gesteld van één of meerdere werknemers.

Het systeem is dus vrijblijvend. En dit zowel voor de werkgever als de werknemer.

Binnen het kader en de voorwaarden van de mobiliteitsvergoeding dat de werkgever bepaald, kan de werknemer een aanvraag richten aan de werkgever om zijn bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsvergoeding.

 De werknemer kan een dergelijke aanvraag pas doen indien hij:

1° op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikt bij de huidige werkgever;

En

2° in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag, minstens 12 maanden over een bedrijfswagen beschikt of heeft beschikt bij de huidige werkgever.

Er geldt een bijzondere regeling voor werknemers die in dienst treden en reeds bij hun vorige werkgever een mobiliteitsvergoeding ontvingen. Doch ook hier is de mogelijkheid de mobiliteitsvergoeding te behouden en verder te zetten bij de nieuwe werkgever afhankelijk van een beslissing van deze werkgever.

De aanvraag van de mobiliteitsvergoeding door de werknemer gebeurt schriftelijk. De werkgever beslist om al dan niet in te gaan op de aanvraag. Deze beslissing wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de aanvrager.

De formele aanvraag van de werknemer en de positieve beslissing van de werkgever om op deze aanvraag in te gaan, vormen een overeenkomst die als zodanig inhoudelijk deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst tussen beide partijen. Deze overeenkomst wordt voorafgaandelijk aan de eerste uitbetaling van de mobiliteitsvergoeding gesloten en vermeldt onder andere het basisbedrag van de mobiliteitsvergoeding.

Hoeveel bedraagt de mobiliteitsvergoeding?

De mobiliteitsvergoeding bestaat uit een bedrag in geld dat overeenstemt met de waarde op jaarbasis van het gebruiksvoordeel van de ingeleverde bedrijfswagen.

De waarde van het gebruiksvoordeel van de bedrijfswagen wordt vastgesteld op 20 % van 6/7 van de cataloguswaarde van de ingeruilde bedrijfswagen.

Wanneer de werknemer niet alleen over een bedrijfswagen beschikt, maar ook over een tankkaart, dan wordt de mobiliteitsvergoeding als volgt bepaald: 24 % van 6/7 van de cataloguswaarde van de ingeruilde bedrijfswagen.

Indien de werknemer een eigen bijdrage betaald in de bedrijfswagen dan wordt het bedrag verminderd. De eigen bijdrage, betaald gedurende de laatste maand voor de inlevering van de bedrijfswagen en omgezet naar jaarbasis, wordt dan in mindering gebracht van de waarde van het gebruiksvoordeel van de bedrijfswagen.

Er wordt maandelijks een bedrag aan de werknemer betaald als mobiliteitsvergoeding.

De mobiliteitsvergoeding blijft toegekend zolang de werknemer geen beschikking heeft over een bedrijfswagen.

De toekenning van de mobiliteitsvergoeding eindigt uiterlijk de eerste dag van de maand waarin de werknemer een functie uitoefent waarvoor geen bedrijfswagen is voorzien in het loonsysteem van de werkgever of wanneer de werknemer opnieuw beschikt over een bedrijfswagen.

De mobiliteitsvergoeding kan niet worden gecombineerd met verplaatsingsvergoedingen voor woon- werkverkeer.

Aan de mobiliteitsvergoeding kunnen geen rechten worden ontleend, met uitzondering van de betaling ervan door de werkgever conform de wettelijke bepalingen.

De toekenning van de bedrijfswagen die ingeruild werd voor de mobiliteitsvergoeding mag niet gekoppeld geweest zijn aan een gehele of gedeeltelijke vervanging of omzetting van loon, premies, voordelen in natura of enig ander voordeel of aanvulling hierbij, al dan niet bijdrageplichtig voor de sociale zekerheid.

Socialezekerheidsbijdragen?

Er zijn geen gewone socialezekerheidsbijdragen verschuldigd op de mobiliteitsvergoeding. Wel is er een solidariteitsbijdrage door de werkgever verschuldigd. Het bedrag van deze bijdrage is gelijk aan de solidariteitsbijdrage verschuldigd voor de bedrijfswagen voor de maand onmiddellijk voorafgaand aan de maand waarin de bedrijfswagen vervangen werd door de mobiliteitsvergoeding.

De solidariteitsbijdrage is verschuldigd voor de volledige periode waarin de mobiliteitsvergoeding wordt toegekend.

Fiscaal

De mobiliteitsvergoeding wordt belast. Er is evenwel een speciaal regime van toepassing en dit zowel bij de werkgever als bij de werknemer.

Voor de werknemer vormt de mobiliteitsvergoeding een belastbaar voordeel. Het jaarlijks belastbaar voordeel wordt echter beperkt tot 4 % van 6/7 van de cataloguswaarde van de ingeruilde bedrijfswagen, met een minimum van 1.310 euro.[1]

Voor de werkgever is de solidariteitsbijdrage die betaald dient te worden op de mobiliteitsvergoeding voor 100% aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding zelf is standaard voor 75% aftrekbaar.

Inwerkingtreding

De wet die de mobiliteitsvergoeding regelt is met terugwerkende kracht in werking sedert 1 januari 2018.

[1] Geïndexeerd bedrag aanslagjaar 2019

Eliott Duckers